Eiser, een aannemer, heeft in 2021 werkzaamheden verricht voor gedaagde, Van der Ham Bouw- en Aannemingsbedrijf B.V., en zes facturen gestuurd ter waarde van €6.215,06. Gedaagde heeft niet volledig betaald en betwist dat de gefactureerde uren volledig voor haar zijn verricht, waarbij zij stelt dat een deel van de uren voor een andere opdrachtgever was.
Eiser stelt dat hij 193,5 uur heeft gewerkt verdeeld over vier projecten, terwijl gedaagde slechts 110 uur erkent en daarvan €3.131,50 heeft voldaan. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn stelplicht heeft vervuld en zijn vordering voldoende heeft gemotiveerd, maar gedaagde heeft de vordering ook gemotiveerd betwist.
Daarom geeft de rechtbank eiser de gelegenheid om bewijs te leveren dat hij de uren waarvoor hij vergoeding vordert daadwerkelijk voor gedaagde heeft gewerkt. De beslissing wordt aangehouden en eiser moet zich uiterlijk 6 september 2022 schriftelijk uitlaten over de wijze van bewijslevering, met mogelijkheid tot het aandragen van getuigen en schriftelijk bewijs.