De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen wonen bij de vader en zijn sinds februari 2021 onder toezicht gesteld. De ouders hebben een verstoorde communicatie en zorgen over elkaars opvoedsituatie, wat de kinderen emotioneel belast.
Tijdens de zitting heeft de kinderrechter de ouders, de minderjarige kinderen en een vertegenwoordiger van de GI gehoord. De ouders uitten hun onvrede over de uitvoering van de ondertoezichtstelling, met name over wisselingen van jeugdbeschermers en gebrekkige communicatie binnen de hulpverlening. De GI handhaafde het verzoek tot verlenging en lichtte toe dat systeemtherapie bij de vader aanslaat, maar dat de problemen tussen de ouders blijven bestaan.
De kinderrechter concludeerde dat de problematiek en loyaliteitsconflicten bij de kinderen nog steeds aanwezig zijn en dat de hulpverlening onvoldoende resultaat heeft geboekt. Gezien de zorgelijke signalen bij de kinderen en het belang van continuering van de therapie en verbetering van de communicatie tussen ouders, achtte de rechter verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
De beschikking tot verlenging is mondeling uitgesproken op 4 februari 2022 en schriftelijk vastgesteld op 11 februari 2022. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 11 februari 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.