Kralingsch Beheer I B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een bedrijfsruimte vanwege een huurachterstand van tien maanden. De huurder erkent de achterstand en wil in termijnen betalen, maar heeft geen verweer gevoerd tegen de contractuele boete van 1% per maand. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot het bedrag dat overeenkomt met het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, omdat niet is gebleken dat de werkelijke kosten hoger zijn. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de boeterente en de gematigde incassokosten.
Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de lopende huur vanaf november 2022 tot aan de ontruiming, met rente, en tot vergoeding van schade wegens gederfde inkomsten na ontruiming tot uiterlijk 1 december 2024, nader op te maken bij staat. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.