ECLI:NL:RBROT:2022:10409
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden zonder staandehouding
Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €240,- vermeerderd met administratiekosten voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 9 september 2020 in Rotterdam. Betrokkene kwam in beroep tegen deze beschikking en voerde onder meer aan dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden en dat de verbalisant niet bevoegd was.
De officier van justitie handhaafde de sanctie en stelde dat vanwege corona-werkinstructies en de aard van de controle (solo, statische controle) geen staandehouding mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat het ambtsedig proces-verbaal betrouwbaar is en dat de verklaring van de verbalisant voldoende is om de gedraging vast te stellen.
De rechtbank concludeerde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was en dat het opleggen van de sanctie aan de kentekenhouder rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft gehandhaafd.