ECLI:NL:RBROT:2022:10411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel wegens onvoldoende belang en recidivegevaar
De rechtbank Rotterdam behandelde op 3 november 2022 de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel van een jeugdige veroordeelde, opgelegd wegens afpersing en poging daartoe. De maatregel was sinds 2019 van kracht en eerder reeds met drie maanden verlengd. De officier van justitie en de verdediging bepleitten afwijzing van de verlenging, waarbij de officier stelde dat verdere behandeling binnen de inrichting geen meerwaarde heeft en de veroordeelde niet openstaat voor bijzondere voorwaarden.
Adviezen van de inrichting en reclassering beschreven een complexe problematiek met borderline- en antisociale trekken, gedragsproblemen en een matig tot hoog recidiverisico, afhankelijk van het behoud van beschermende factoren zoals begeleid wonen. De veroordeelde had meerdere terugvallen en verloor zijn woonplek, waarna hij zich onttrok aan de inrichting.
De rechtbank concludeerde dat ondanks de adviezen en plannen voor verdere begeleiding, de eerdere inzet geen verbetering bracht en de motivatie van de veroordeelde sterk is verminderd. Het recidivegevaar rechtvaardigt geen verlenging en voortzetting is niet in het belang van zijn ontwikkeling. De PIJ-maatregel eindigt daarom voorwaardelijk met ingang van heden, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af, waardoor deze voorwaardelijk eindigt.