De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die momenteel verblijft bij haar oom en tante, een netwerkpleeggezin. De kinderrechter heeft de zaak op 7 oktober 2022 mondeling behandeld met gesloten deuren, waarbij de minderjarige, een vertegenwoordiger van de GI, de pleegouders en de vader aanwezig waren. De moeder was niet verschenen.
De minderjarige verblijft sinds oktober 2021 onder toezicht en met een machtiging tot uithuisplaatsing. Zij is gestart met therapie en een nieuwe school op een passend niveau. De minderjarige heeft aangegeven geen contact te willen met haar moeder. De strafzaak tegen de moeder en stiefvader is geseponeerd. De GI wil de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing met een jaar verlengen om het perspectief van de minderjarige te onderzoeken.
De vader en pleegouders ondersteunen het verzoek en benadrukken de positieve ontwikkeling van de minderjarige in het pleeggezin. De moeder onderhoudt geen contact en reageert nauwelijks op communicatie. De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 15 oktober 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.