Op 7 november 2021 stak de verdachte haar toenmalige partner met een mes in de rug in Capelle aan den IJssel, wat leidde tot een poging tot zware mishandeling. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de impliciete poging tot doodslag omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen.
De verdachte bekende het subsidiaire feit van poging zware mishandeling. Ondanks de ernst van het feit, waarbij ook minderjarige kinderen getuige waren, achtte de rechtbank het opleggen van een straf niet noodzakelijk. Dit vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar rol als alleenstaande moeder, het ontbreken van eerdere veroordelingen, de betrokken hulpverlening en het ontbreken van aangifte of schadevordering door het slachtoffer.
De rechtbank paste artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe, waardoor geen straf of maatregel werd opgelegd. De verdachte toonde spijt en openheid, wat mede bijdroeg aan deze beslissing. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.