De rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een bezwaar tegen de WOZ-waarde van een onroerende zaak voor het belastingjaar 2020. De heffingsambtenaar van de gemeente Maassluis had de waarde vastgesteld op €13.429,66 en het bezwaar van eiseres werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Het bezwaar was gedateerd op 8 januari 2021 maar werd pas op 24 maart 2021 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de beschikking op 30 november 2020. De frankering op de envelop werd op 23 maart 2021 gecontroleerd, wat niet werd betwist. Eiseres heeft geen concrete redenen aangevoerd die een verschoonbare termijnoverschrijding zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en het beroep ongegrond moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, aangezien het bezwaar pas recentelijk werd ontvangen en de redelijke termijn nog niet was verstreken. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.