ECLI:NL:RBROT:2022:10605
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking standplaatsvergunning
Eiser maakte bezwaar tegen het voornemen van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om zijn standplaatsvergunning voor het verkopen van eten en drinken aan een locatie in Rotterdam in te trekken. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar zich richtte tegen een voornemen, dat geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is.
Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het voornemen geen Awb-besluit is. Tevens nam verweerder de inhoudelijke bezwaren van eiser mee als zienswijze bij het besluit van 24 maart 2022 tot intrekking van de vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.B.J. van Elden en griffier H. Sabanovic op 7 december 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.