Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij 14 van de 15 schuldeisers instemden met een betaling van circa 5,8% van hun vorderingen. Eén schuldeiser, GAS, weigerde in te stemmen met het akkoord. Verzoekster vroeg de rechtbank om GAS te bevelen mee te werken aan de schuldregeling en subsidiair om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank oordeelde dat het belang van GAS bij weigering niet opweegt tegen de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers. De vordering van GAS bedroeg slechts 0,3% van de totale schuldenlast, terwijl het akkoord zorgvuldig was opgesteld en getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoekster heeft een stabiele situatie en zal binnenkort een baan starten, waardoor zij aan haar werkverplichting kan voldoen.
De rechtbank wees het verzoek om GAS te bevelen in te stemmen met de schuldregeling toe en veroordeelde GAS in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert voor de schuldeisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en treedt in de plaats van vrijwillige instemming.