Op 15 april 2020 kocht gedaagde een Mazda CX-3 van eiser, die op haar naam werd gesteld maar niet werd geleverd. Gedaagde stelde de koopovereenkomst te hebben vernietigd wegens gebreken. Eiser vorderde betaling van een bedrag bestaande uit hoofdsom, rente en kosten, gebaseerd op een vermeende schade door lagere verkoopprijs en kosten.
De kantonrechter oordeelde dat het onduidelijk bleef of de koopovereenkomst was gesloten of vernietigd, maar dat deze in ieder geval met instemming van eiser ongedaan was gemaakt. Eiser had onvoldoende onderbouwd waarom hij schadevergoeding mocht vorderen, geen contractuele grondslag of algemene voorwaarden overgelegd, en zijn schadeposten onvoldoende toegelicht.
Daarom werd de vordering afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld omdat gedaagde zich niet door een professionele gemachtigde liet bijstaan. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.