Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 13 mei 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlaten van [eiser01] ;
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser een schadevergoeding van gedaagde wegens schouderletsel ontstaan tijdens een incident waarbij beide partijen betrokken waren. De rechtbank onderzoekt of gedaagde aansprakelijk is en in hoeverre eigen schuld van eiser een rol speelt.
De rechtbank laat een getuige horen die aanwezig was bij het incident. Deze getuige verklaart dat er een handgemeen ontstond nadat eiser tussen gedaagde en de getuige in ging staan. Gedaagde kwam hierbij op de grond terecht en sloeg daarna eiser, waarbij het letsel ontstond. De verklaring van de getuige wijkt op enkele punten af van die van eiser, maar bevestigt dat gedaagde niet is gevallen door een harde duw en geen letsel heeft opgelopen.
De rechtbank weegt de verklaringen en concludeert dat eiser eerst agressief handelde, waardoor gedaagde reageerde. De eigen schuld van eiser wordt vastgesteld, waardoor de vergoedingsplicht van gedaagde wordt verminderd volgens artikel 6:101 BW Pro. Uiteindelijk wordt een vergoeding van €625 toegekend, ongeveer 30% van de gevorderde schade, en worden de proceskosten ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Gedaagde moet eiser €625 betalen wegens gedeeltelijke aansprakelijkheid voor schouderletsel.