ECLI:NL:RBROT:2022:1065
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling met compensatie aan de boedel
De bewindvoerder verzocht om tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar vanwege het niet nakomen van de sollicitatieverplichting van 32 uur per week over een periode van tien maanden vanaf augustus 2020. Schuldenaar erkende de tekortkoming, maar verwees naar de moeilijke omstandigheden in de horeca en zijn persoonlijke situatie, waaronder medische klachten en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank heeft tijdens de zitting de standpunten van de bewindvoerder, schuldenaar en beschermingsbewindvoerder gehoord. De beschermingsbewindvoerder schatte de achterstand in de afdrachtverplichting op €700,-, welke nog voor het einde van de regeling aan de boedel kan worden voldaan. Schuldenaar heeft toegezegd vanaf februari 2022 minimaal 32 uur per week te werken en de beschermingsbewindvoerder zal toezien op de naleving hiervan.
De rechtbank oordeelt dat de tekortkoming voldoende is vastgesteld, maar dat compensatie van het financiële nadeel passend is, mede gezien de inspanningen van schuldenaar, zijn persoonlijke omstandigheden en saneringsgezinde houding. De regeling wordt niet tussentijds beëindigd, maar schuldenaar krijgt een laatste kans om de verplichtingen strikt na te komen om beëindiging zonder schone lei te voorkomen.
De beslissing is dat de tussentijdse beëindiging wordt geweigerd en dat schuldenaar de tekortkoming financieel compenseert aan de boedel, met toezeggingen over toekomstige arbeidsprestaties en afdracht.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en legt compensatie van €700,- aan de boedel op.