Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, gebaseerd op een prognoseakkoord met een betaling van 9,08% tegen finale kwijting. Twaalf van de dertien schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar Apotheek Regenboog weigerde mee te werken, stellende dat het aangeboden bedrag te laag was en dat de schuld niet te goeder trouw was ontstaan.
De rechtbank stelt vast dat de vordering van Apotheek Regenboog slechts 0,4% van de totale schuldenlast bedraagt en dat het voorstel zorgvuldig is getoetst en goed gedocumenteerd. Verzoekers beschikken niet over betaald werk en staan onder beschermingsbewind, waardoor nieuwe schulden worden voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van Apotheek Regenboog. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, Apotheek Regenboog wordt veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.