ECLI:NL:RBROT:2022:10672
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal
Op 9 september 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op de Rotterdam World Gateway terminal. In de container werden onder meer beschadigde mobiele telefoons en doorgeknipte containerzegels gevonden. In de nabijheid werden later pakketten met een indicatieve test op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek bleef uit.
Hoewel de aanwezigheid van verdachte op het haventerrein verdacht was en mogelijk strafbaar volgens artikel 461 en Pro 138aa Wetboek van Strafrecht, ontbraken concrete aanknopingspunten die de verdachte rechtstreeks in verband brachten met voorbereidingshandelingen voor invoer van verdovende middelen, specifiek cocaïne.
De officier van justitie en de verdediging concludeerden beiden tot vrijspraak. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat op grond van de jurisprudentie vrijspraak passend was, omdat onvoldoende bewijs bestond om het ten laste gelegde feit te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde voorbereiden en bevorderen van invoer van cocaïne, ondanks de verdachte omstandigheden van zijn aanwezigheid op de terminal.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne.