ECLI:NL:RBROT:2022:10677
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal
Op 9 september 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op de Rotterdam World Gateway terminal. In de container werden onder meer een tas met doorgeknipte containerzegels en 30 beschadigde mobiele telefoons gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test positief op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek bleef uit.
Hoewel de aanwezigheid van verdachte op het haventerrein in strijd is met artikel 461 Sr Pro en mogelijk ook artikel 138aa Sr, ontbraken concrete aanknopingspunten om verdachte te verbinden aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne zoals ten laste gelegd. Er was geen specifieke link met een container of andere feiten die de verdenking konden staven.
De officier van justitie en de verdediging concludeerden beiden tot vrijspraak. De rechtbank oordeelde op basis van de huidige jurisprudentie dat vrijspraak passend is vanwege onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne, ondanks de verdachte omstandigheden waaronder hij werd aangetroffen op het terrein.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne.