ECLI:NL:RBROT:2022:10678
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal
Op 9 september 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op de Rotterdam World Gateway terminal. In de container werden onder meer een tas, 30 mobiele telefoons en doorgeknipte containerzegels gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek bleef uit.
Hoewel de aanwezigheid van verdachte op het haventerrein verdacht was en in strijd met artikel 461 Sr Pro en mogelijk artikel 138aa Sr, ontbraken concrete aanknopingspunten die verdachte direct koppelden aan voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne zoals ten laste gelegd. Er was geen specifieke link met een container of andere feiten die het ten laste gelegde bewezen.
De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak. Gezien de huidige jurisprudentie en het ontbreken van voldoende bewijs achtte de rechtbank vrijspraak passend. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk voorbereiden, bewerken, vervoeren en binnenbrengen van cocaïne, waaronder het onbevoegd betreden van het haventerrein, openbreken en verplaatsen van containers en het bezit van organisatieapparatuur. Het ontbreken van concrete bewijsstukken leidde tot de vrijspraak.
Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 2 december 2022.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met cocaïne.