ECLI:NL:RBROT:2022:10678

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 december 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
10/242917-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10 lid 5 OpiumwetArt. 10a lid 1 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 461 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal

Op 9 september 2021 werd verdachte samen met medeverdachten aangetroffen in een container op de Rotterdam World Gateway terminal. In de container werden onder meer een tas, 30 mobiele telefoons en doorgeknipte containerzegels gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test op cocaïne aangetroffen, maar nader onderzoek bleef uit.

Hoewel de aanwezigheid van verdachte op het haventerrein verdacht was en in strijd met artikel 461 Sr Pro en mogelijk artikel 138aa Sr, ontbraken concrete aanknopingspunten die verdachte direct koppelden aan voorbereidingshandelingen voor invoer van cocaïne zoals ten laste gelegd. Er was geen specifieke link met een container of andere feiten die het ten laste gelegde bewezen.

De officier van justitie en de verdediging vorderden beiden vrijspraak. Gezien de huidige jurisprudentie en het ontbreken van voldoende bewijs achtte de rechtbank vrijspraak passend. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.

De tenlastelegging betrof het opzettelijk voorbereiden, bewerken, vervoeren en binnenbrengen van cocaïne, waaronder het onbevoegd betreden van het haventerrein, openbreken en verplaatsen van containers en het bezit van organisatieapparatuur. Het ontbreken van concrete bewijsstukken leidde tot de vrijspraak.

Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 2 december 2022.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/242917-21
Datum uitspraak: 2 december 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 1 december 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4..Vrijspraak

4.1.
Standpunt verdediging
Ook de verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde.
4.2.
Beoordeling
De verdachte is samen met zijn medeverdachten op 9 september 2021 aangetroffen op de terminal van Rotterdam World Gateway te Rotterdam. De in totaal vijftien verdachten zaten in een container in module/stack 25 of 26. In die container zijn naast de verdachten onder andere een tas, 30 mobiele telefoons en powerbanks aangetroffen. De mobiele telefoons waren beschadigd doordat er overheen was geürineerd. In de tas zaten doorgeknipte containerzegels. In de omgeving van stack 9 en 10 is op een later moment een pakket aangetroffen, volgens een indicatieve test met cocaïne. Nader identificerend onderzoek heeft niet plaatsgevonden.
De omstandigheden waaronder de verdachte is aangetroffen zijn zeer verdacht. Aanwezigheid van de verdachte ter plaatse is in strijd met artikel 461 Wetboek Pro van Strafrecht en zou inmiddels ook op grond van artikel 138aa Wetboek van Strafrecht strafbaar kunnen zijn. Er zijn echter onvoldoende concrete aanknopingspunten in het onderhavige dossier op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van verdovende middelen, in het bijzonder cocaïne, zoals ten laste is gelegd. Er is geen voldoende concrete link met een specifieke container op de terminal, een te verwachten container en/of andere concrete feiten en omstandigheden die in verband kunnen worden gebracht met verdovende middelen, laat staan specifiek met cocaïne. Mede gelet op de stand van de huidige jurisprudentie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte daarom dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,
en mrs. G.P. van de Beek en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op 2 december 2022.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 09 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te
weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van
een (handels)hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet
behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen)
plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het
plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te
vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes,
mededader(s)
-onbevoegd het RWG-terrein aan de Amoerweg betreden, en/of
-één of meer container(s) opengebroken, en/of
-20 dozen uit de container [containernummer01] overgeplaatst naar de (lege) container
[containernummer02] , en/of
-in container [containernummer02] de dozen opengemaakt en/of
-30 (organisatie)telefoons, een kniptang en sporttassen voorhanden gehad;
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1, 2 en 3 Wetboek van Strafrecht)
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)