ECLI:NL:RBROT:2022:10679

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 december 2022
Publicatiedatum
7 december 2022
Zaaknummer
10/242974-21/ vordering TUL VV: 10/174457-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 4 OpiumwetArt. 10 lid 5 OpiumwetArt. 10a lid 1 OpiumwetArt. 47 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 461 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne op Rotterdamse terminal

Op 9 september 2021 werd de verdachte samen met medeverdachten aangetroffen op het Rotterdam World Gateway-terrein, in een container waarin ook mobiele telefoons, powerbanks en doorgeknipte containerzegels werden gevonden. In de nabijheid werd een pakket met een indicatieve test op cocaïne aangetroffen, maar nader identificerend onderzoek ontbrak.

De verdachte werd beschuldigd van het voorbereiden van het invoeren van cocaïne, een strafbaar feit op grond van de Opiumwet. Hoewel de omstandigheden verdacht waren en de aanwezigheid op het haventerrein in strijd was met artikel 461 Sr Pro, ontbrak het aan voldoende concrete aanknopingspunten die de verdachte direct met voorbereidingshandelingen konden verbinden.

De officier van justitie en de verdediging concludeerden beiden tot vrijspraak, mede gelet op de jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden en sprak de verdachte vrij. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd omdat geen overtreding van de voorwaarden was vastgesteld.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/242974-21
Parketnummer vordering TUL VV: 10/174457-21
Datum uitspraak: 2 december 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
raadsman mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 december 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4..Vrijspraak

4.1.
Standpunt verdediging
Ook de verdediging heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde.
4.2.
Beoordeling
De verdachte is samen met zijn medeverdachten op 9 september 2021 aangetroffen op de terminal van Rotterdam World Gateway te Rotterdam. De in totaal vijftien verdachten zaten in een container in module/stack 25 of 26. In die container zijn naast de verdachten onder andere een tas, 30 mobiele telefoons en powerbanks aangetroffen. De mobiele telefoons waren beschadigd doordat er overheen was geürineerd. In de tas zaten doorgeknipte containerzegels. In de omgeving van stack 9 en 10 is op een later moment een pakket aangetroffen, volgens een indicatieve test met cocaïne. Nader identificerend onderzoek heeft niet plaatsgevonden.
De omstandigheden waaronder de verdachte is aangetroffen zijn zeer verdacht. Aanwezigheid van de verdachte ter plaatse is in strijd met artikel 461 Wetboek Pro van Strafrecht en zou inmiddels ook op grond van artikel 138aa Wetboek van Strafrecht strafbaar kunnen zijn. Er zijn echter onvoldoende concrete aanknopingspunten in het onderhavige dossier op grond waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het opzettelijk treffen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van verdovende middelen, in het bijzonder cocaïne, zoals ten laste is gelegd. Er is geen voldoende concrete link met een specifieke container op de terminal, een te verwachten container en/of andere concrete feiten en omstandigheden die in verband kunnen worden gebracht met verdovende middelen, laat staan specifiek met cocaïne. Mede gelet op de stand van de huidige jurisprudentie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte daarom dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5..Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 4 augustus 2021 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C, van de Opiumwet, gegeven verbod veroordeeld voor zover van belang tot een geldboete en een gevangenisstraf van 1 (één) week, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren. De proeftijd is ingegaan op 19 augustus 2021.
De officier van justitie heeft afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging gevorderd.
Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, kan niet worden geoordeeld dat de verdachte de algemene voorwaarde heeft overtreden. Daarom zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

6..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 4 augustus 2021 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzitter,
en mrs. G.P. van de Beek en M.J.M. van Beckhoven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op 2 december 2022.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 09 september 2021 te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te
weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van
een (handels)hoeveelheid cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet
behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen)
plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het
plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te
vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes,
mededader(s)
-onbevoegd het RWG-terrein aan de Amoerweg betreden, en/of
-één of meer container(s) opengebroken, en/of
-20 dozen uit de container [containernummer01] overgeplaatst naar de (lege) container
[containernummer02] , en/of
-in container [containernummer02] de dozen opengemaakt en/of
-30 (organisatie)telefoons, een kniptang en sporttassen voorhanden gehad;
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1, 2 en 3 Wetboek van Strafrecht)
(art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 10 lid 5 Opiumwet Pro, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)