Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een preferente en meerdere concurrente schuldeisers een percentage van hun vordering zouden ontvangen. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en haar afloscapaciteit is gebaseerd op een Participatiewet-uitkering. Verzoekster is vrijgesteld van sollicitatieplicht tot januari 2024 vanwege zorg voor haar kind, maar heeft ter zitting verklaard bereid te zijn fulltime te solliciteren.
Van de schuldeisers stemden de meesten in met de regeling, behalve PayPal, die een kleine vordering heeft en niet is verschenen bij de zitting. De rechtbank weegt het belang van PayPal tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers en concludeert dat de belangen van verzoekster en de meerderheid zwaarder wegen.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel een gunstiger resultaat oplevert dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, mede omdat de kosten van die regeling de opbrengst voor schuldeisers verminderen. De rechtbank beveelt PayPal om in te stemmen met de regeling, wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af en veroordeelt PayPal in de proceskosten.