Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat de ontruiming aankondigt.
Verzoekster werkt parttime met een vast inkomen en ontvangt toeslagen, waarmee zij de huur kan betalen. Zij heeft betalingsbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat de huur voor oktober en november 2022 is voldaan. Tevens is er sprake van budgetbeheer en een lopend schuldhulpverleningstraject waarbij de meeste schuldeisers hebben ingestemd met een betalingsvoorstel.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die haar woning wil behouden en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster die het vonnis wil uitvoeren. De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen, waaronder tijdige betaling van de huur uiterlijk op de tiende van de maand als het loon niet voor de eerste wordt betaald.
Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog loopt. De voorziening geldt voor zes maanden en wordt verlengd zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.