ECLI:NL:RBROT:2022:10746

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
ROT 22/2147 V
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderopvangtoeslag wegens griffierecht

Opposante had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen over haar recht op kinderopvangtoeslag. De rechtbank had dit beroep op 5 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan. Opposante stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat zij het griffierecht alsnog binnen de termijn had betaald, maar dat dit bedrag was teruggestort.

De verzetrechter onderzocht of de buiten-zittinguitspraak terecht was gedaan zonder opposante te horen. Uit het bewijs bleek dat opposante het griffierecht kort na de herinnering per gewone post had voldaan, waarna het bedrag door het Landelijk dienstencentrum voor de Rechtspraak was teruggestort. Hierdoor ontstond twijfel over de rechtmatigheid van de niet-ontvankelijkverklaring.

De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de buiten-zittinguitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Vrolijk op 13 december 2022.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet; de niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/2147 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2022 op het verzet van

[naam opposante] , te [plaats] , opposante.

Inleiding

Opposante heeft beroep ingesteld omdat Belastingdienst/Toeslagen (verweerder) niet tijdig zou hebben beslist op een verzoek om herbeoordeling op haar recht op kinderopvangtoeslag.
Bij uitspraak van 5 september 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

De uitspraak van 5 september 2022

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat opposante het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en dat geen reden is gegeven voor dit verzuim.

Het verzet van opposant

2. Opposante voert in verzet aan dat zij op 7 juni 2022 het verschuldigde griffierecht (€50,-) heeft voldaan en dat dit bedrag op 14 juni 2022 is teruggestort door het Landelijk dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR). Ter onderbouwing heeft opposante afschriften van haar betaalrekening overgelegd.

Beoordeling door de verzetrechter

3. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposante bij de uitspraak van 5 september 2022 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De verzetrechter stelt vast dat op 7 mei 2022 een aangetekende herinnering (om het griffierecht te voldoen) aan opposante is verstuurd. Deze brief is door PostNL teruggestuurd omdat de brief niet zou zijn afgehaald. De herinnering is vervolgens op 1 juni 2022 per gewone post naar opposante verstuurd. Uit de afschriften blijkt dat opposante het bedrag op 7 juni 2022 heeft overgemaakt naar het in de herinnering genoemde rekeningnummer van het LDCR onder vermelding van het genoemde betalingskenmerk. Vervolgens heeft het LDCR het bedrag teruggestort.
Omdat opposante kort na het versturen van de herinnering per gewone post alsnog het griffierecht heeft voldaan, is bij de verzetrechter twijfel ontstaan over de buiten-zittinguitspraak.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2022.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.