ECLI:NL:RBROT:2022:10746
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep kinderopvangtoeslag wegens griffierecht
Opposante had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen over haar recht op kinderopvangtoeslag. De rechtbank had dit beroep op 5 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan. Opposante stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat zij het griffierecht alsnog binnen de termijn had betaald, maar dat dit bedrag was teruggestort.
De verzetrechter onderzocht of de buiten-zittinguitspraak terecht was gedaan zonder opposante te horen. Uit het bewijs bleek dat opposante het griffierecht kort na de herinnering per gewone post had voldaan, waarna het bedrag door het Landelijk dienstencentrum voor de Rechtspraak was teruggestort. Hierdoor ontstond twijfel over de rechtmatigheid van de niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de buiten-zittinguitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Vrolijk op 13 december 2022.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet; de niet-ontvankelijkverklaring vervalt.