ECLI:NL:RBROT:2022:10819

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 november 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
10-155856-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs zware mishandeling en belediging supermarktincident

Op 27 maart 2021 vond een incident plaats bij een supermarkt waarbij een medewerkster werd bespuugd en een beveiliger werd geslagen. Verdachte werd aangewezen via een enkelvoudige fotoconfrontatie, maar ontkende en gaf aan op dat moment in het buitenland te zijn.

De rechtbank oordeelde dat de enkelvoudige fotoconfrontatie een zwak bewijsmiddel is en dat het dragen van een mondmasker door de dader de herkenning bemoeilijkt. Andere bewijzen die verdachte rechtstreeks met de feiten verbinden ontbraken. De uiterlijke kenmerken van verdachte, zoals een vlek op het voorhoofd, waren onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

De officier van justitie had een gevangenisstraf en taakstraf geëist, maar de rechtbank sprak verdachte vrij. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De kosten van de verdediging tegen de vorderingen werden begroot op nihil.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor zware mishandeling en belediging.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10.155856.21
Datum uitspraak: 30 november 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. R.F. Nelisse, advocaat te Schiedam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 16 november 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.A. Kloos heeft gevorderd:
  • vrijspraak van het onder feit 2 primair ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 81 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

4..Vrijspraak

4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en verwijst hiervoor – kort gezegd – naar de aangiftes van [aangever01] en [aangever02] , verschillende getuigenverklaringen, een letselverklaring, de in het dossier aanwezige herkenningen en uiterlijke kenmerken van de verdachte die passen bij het signalement van de dader.
4.1.2.
Beoordeling
Op 27 maart 2021 heeft zich bij de [naam supermarkt01] aan de [straatnaam01] te [plaats01] een incident voorgedaan, waarbij onder meer een medewerkster in het gezicht is gespuugd en een beveiliger tegen zijn gezicht is geslagen. Beide feiten zijn gepleegd door dezelfde persoon. Ter discussie staat of dit de verdachte is geweest. De verdachte ontkent de beschuldiging en geeft aan dat hij op dat moment in het buitenland verbleef.
Uit het dossier volgt dat er beelden van het incident zijn en dat daarop de dader zichtbaar is met een mondmasker voor zijn gezicht. Deze beelden zijn getoond in het opsporingsmedium Bureau Rijnmond van de regionale omroep TV Rijnmond. Naar aanleiding daarvan werd middels een anonieme tip de naam van de verdachte gemeld bij de politie. Bij een enkelvoudige fotoconfrontatie wordt de verdachte door aangever [aangever01] en een getuige met zekerheid herkend. Aangever [aangever02] en een andere getuige herkennen de verdachte niet.
Voor zover de verdachte wél herkend wordt, merkt de rechtbank op dat een enkelvoudige fotoconfrontatie op zichzelf al een zwakkere bewijskracht heeft. Het gegeven dat de dader een mondmasker droeg, draagt niet bij aan de kracht van deze herkenningen. Een ander bewijsmiddel dat de verdachte in direct verband met deze feiten brengt, ontbreekt. Dat de verdachte bepaalde uiterlijke kenmerken heeft die passen bij het signalement van de dader, onder andere een vlek op zijn voorhoofd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het ten laste gelegde bewezen te kunnen verklaren. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te stellen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd.
4.1.3.
Conclusie
Het voorgaande betekent dat een integrale vrijspraak volgt.

5..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

Er hebben zich twee benadeelde partijen in het geding gevoegd. Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft [naam benadeelde01] zich gevoegd en hij vordert een voorschot schadevergoeding van € 1.186,75 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade. Ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft zich [naam benadeelde02] als benadeelde partij in het geding gevoegd. Zij vordert een vergoeding van € 14,87 aan materiële schade en een vergoeding van € 400,00 aan immateriële schade.
5.1.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en artikel 9a Sr geen toepassing vindt. De rechtbank zal de benadeelde partijen veroordelen in de kosten die verdachte heeft gemaakt, voor zover die zien op de verdediging tegen de vordering. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.
5.2.
Conclusie
De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partijen.

6..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;
verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde01] en [naam benadeelde02] niet-ontvankelijk in de vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.V. Scheffers , voorzitter,
en mrs. M. Timmerman en C.J.L. van Dam, rechters,
in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 30 november 2022.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te [plaats01] aan [aangever01] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (dubbele) kaakfractuur, heeft toegebracht door die [aangever01] (met kracht) op/tegen zijn gezicht/kaak, in elk geval het hoofd, te slaan en/of stompen;
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te [plaats01] [aangever01] heeft mishandeld door
- die [aangever01] (met kracht) op/tegen zijn gezicht/kaak, in elk geval het hoofd, te slaan en/of stompen;
2
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te [plaats01] [aangever02] heeft mishandeld door
- een schap/rek om te duwen, waardoor dat schap/rek tegen die [aangever02] aan is gekomen en/of
- in/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd en/of lichaam, van die [aangever02] te spugen en/of te tuffen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 maart 2021 te [plaats01] opzettelijk [aangever02] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in/tegen het gezicht, in elk geval het hoofd en/of lichaam, van die [aangever02] te spugen en/of te tuffen;