Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de verhuurder verbiedt de huurovereenkomst te ontbinden en de ontruiming van haar woning te voorkomen. De huurovereenkomst is echter op 1 november 2022 geëindigd op basis van een regeling die door partijen is getroffen en opgenomen in een vonnis van de kantonrechter van 12 augustus 2022.
De rechtbank oordeelt dat een moratorium ex artikel 287b Fw slechts kan worden verleend indien aan de voorwaarden van artikel 305, tweede lid, Fw wordt voldaan, namelijk dat het ontruimingsvonnis uitsluitend gebaseerd is op huurachterstand en dat de lopende huur steeds tijdig wordt betaald. Dit is hier niet het geval omdat de huurovereenkomst van rechtswege is geëindigd en niet ontbonden.
Verzoekster en haar partner zijn volgens de rechtbank willens en wetens akkoord gegaan met de beëindiging van de huurovereenkomst en hadden de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt. Daarnaast is het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal worden afgerond.
De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.