De Raad voor de Kinderbescherming heeft een ondertoezichtstelling van een minderjarig kind verzocht vanwege zorgen over de kwetsbare opvoedsituatie en onvoldoende draagkracht van de moeder. Hoewel de ouders betrokken en liefdevol zijn en openstaan voor hulpverlening, zijn er nog steeds opvoedproblemen en is de vrijwillige hulpverlening onvoldoende effectief.
De moeder is kwetsbaar, heeft een verleden van fors alcoholgebruik en leunt zwaar op professionele en vrijwillige hulp. De ouders hebben moeite gehad om de geboden opvoedondersteuning te benutten en hebben sturing en hulp nodig om de ontwikkeling van het kind te ondersteunen. De vader erkent de verbeterde situatie en staat een jeugdbeschermer toe, maar uit angst voor uithuisplaatsing.
De kinderrechter constateert dat het kind ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door eerdere spanningen en huiselijk geweld. Nu de ouders nog niet zelfstandig de bedreiging kunnen afwenden, is gedwongen hulpverlening noodzakelijk. De ondertoezichtstelling wordt voor twaalf maanden opgelegd, zonder dat een uithuisplaatsing aan de orde is. De beschikking is op 2 december 2022 mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 12 december 2022.