ECLI:NL:RBROT:2022:10883

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
9981784 VZ VERZ 22-9200
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:121 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

VvE weigert toestemming voor aanleg vloerverwarming niet onredelijk

De VvE heeft in een vergadering besloten het verzoek van een appartementseigenaar tot het aanleggen van vloerverwarming in zijn appartement af te wijzen vanwege mogelijke schade en aansprakelijkheid bij werkzaamheden in de gemeenschappelijke delen.

De verzoeker stelde dat de weigering onredelijk was omdat eventuele lekkage hemzelf zou treffen en het aanleggen van vloerverwarming niet uitzonderlijk is. De VvE voerde aan dat een zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden en dat de toestemming niet zonder redelijke grond was geweigerd.

De kantonrechter oordeelde dat de verzoeker onvoldoende concrete informatie had verstrekt over de werkzaamheden en mogelijke gevolgen, waardoor de leden van de VvE niet goed konden inschatten wat de risico’s waren. Bovendien waren er alternatieven die geen ingrepen in gemeenschappelijke delen vereisten, hoewel deze duurder zouden zijn.

Gelet hierop was de weigering van toestemming niet onredelijk en kon geen vervangende machtiging worden verleend. Het verzoek werd afgewezen en de verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.

Uitkomst: Het verzoek tot vervangende machtiging voor aanleg van vloerverwarming wordt afgewezen omdat de VvE de toestemming niet onredelijk heeft geweigerd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 9981784 VZ VERZ 22-9200
Uitspraak: 13 december 2022
Beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[verzoeker01] ,
wonende te [woonplaats01] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.D. van der Woude,
tegen:
[verweerster01] ,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
verweerster,
gemachtigde: [naam01].
Partijen zullen hierna [verzoeker01] en [verweerster01] worden genoemd.

1..De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het volgende processtuk:
- het verzoekschrift met producties, ontvangen op 6 juli 2022.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 15 november 2022.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2..De feiten

2.1.
De VvE is op 31 mei 2022 in vergadering bijeengekomen. Tijdens deze vergadering is besloten het verzoek van [verzoeker01] tot het verlenen van toestemming voor het aanleggen van vloerverwarming in zijn appartement aan de [adres01] af te wijzen.

3..Het geschil

3.1.
[verzoeker01] verzoekt - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - bij beschikking vervangende machtiging aan hem te verlenen voor de aanleg van vloerverwarming in de woonkamer/keuken van zijn privégedeelte, door middel van het frezen en het leggen van leidingen in de vloer behorend tot de gemeenschappelijke delen, een en ander ter vervanging van de vereiste toestemming van de vergadering van appartementseigenaars, met veroordeling van [verweerster01] in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker01] stelt zich op het standpunt dat de vergadering van [verweerster01] de toestemming voor het aanleggen van vloerverwarming in zijn appartement zonder redelijke grond heeft geweigerd. [verzoeker01] wil vloerverwarming laten aanleggen in de woonkamer/keuken gelegen boven de etage met slaapkamer behorend bij zijn appartement. Het aanleggen van vloerverwarming is niet uitzonderlijk. Indien al lekkage zal optreden in de leidingen van de vloerverwarming, zal hij naar verwachting zelf lekkage ondervinden en niet de andere leden.
3.3.
De VvE concludeert tot afwijzing van het verzoek. Zij voert aan dat een zorgvuldige afweging van alle belangen heeft plaatsgevonden. De vergadering van [verweerster01] heeft niet ingestemd met het frezen/aanleggen van leidingen in de gemeenschappelijke vloer in verband met mogelijke schade en aansprakelijkheid. De toestemming is niet zonder redelijke grond geweigerd.

4..De beoordeling

4.1.
De vraag is of [verweerster01] bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit (afwijzing) heeft kunnen komen. Alleen indien dat niet het geval is, kan de door [verzoeker01] verzochte vervangende machtiging op grond van artikel 5:121 BW Pro worden verleend.
4.2.
[verzoeker01] stelt dat het enkele feit dat de mogelijkheid bestaat dat bij werkzaamheden aan gemeenschappelijke delen schade kan ontstaan, onvoldoende is om toestemming voor het aanleggen van vloerverwarming in zijn appartement te weigeren.
4.3.
De kantonrechter oordeelt daarover als volgt. Van [verzoeker01] mocht bij het doen van een verzoek om toestemming voor het aanleggen van de vloerverwarming worden verwacht dat zijn voorstel voldoende concreet was toegelicht, zo nodig ondersteund door schriftelijke (technische) informatie, zodat de leden van [verweerster01] in redelijkheid een inschatting konden maken van de invloed van de werkzaamheden. [verzoeker01] heeft weliswaar een offerte overgelegd, maar daaruit kan niet worden afgeleid welke werkzaamheden worden uitgevoerd, dus ook niet wat de kans is op eventuele gevolgen voor c.q. schade ten aanzien van de gemeenschappelijke delen. [verzoeker01] heeft de zorgen van [verweerster01] over schade aan de gemeenschappelijke delen daardoor niet kunnen wegnemen. Ter zitting is bovendien duidelijk geworden dat er alternatieven zijn voor het aanleggen van vloerverwarming, waarbij niet in gemeenschappelijke delen hoeft te worden gewerkt en/of niet hoeft te worden gefreesd. [verzoeker01] voert weliswaar aan dat die alternatieven vijf keer zo duur zijn, maar dit wordt door [verweerster01] betwist en door [verzoeker01] op geen enkele wijze onderbouwd. Gelet op het voorgaande heeft [verweerster01] de toestemming niet op onredelijke grond geweigerd.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen grond is om [verzoeker01] een vervangende machtiging te verlenen. Het verzoek wordt afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker01] , omdat hij ongelijk krijgt. Aangezien niet is gebleken dat [verweerster01] proceskosten heeft gemaakt, worden deze tot op heden begroot op nihil.

5..De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzoek af;
5.2.
veroordeelt [verzoeker01] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [verweerster01] worden vastgesteld op nihil.
Deze beschikking is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
47636