Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft op 23 maart 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst/Toeslagen. Omdat verweerder niet tijdig een beslissing nam, stelde eiseres op 7 maart 2022 een ingebrekestelling op, die echter prematuur was aangezien de beslistermijn op 23 maart 2022 verliep.
Op 8 september 2022 stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Rotterdam wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet te vroeg is ingediend en verklaart het beroep gegrond. Verweerder heeft op 20 juli 2022 een dwangsombeslissing genomen, waarbij een dwangsom van €1.442,- aan eiseres is toegekend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het verzoek tot herbeoordeling. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100,- per dag, met een maximum van €15.000,-. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €50,- aan eiseres vergoeden.
De rechtbank motiveert de termijn van vier weken als een redelijke balans tussen de noodzaak tot zorgvuldigheid en het belang van een spoedige beslissing, mede gelet op de grote hoeveelheid herbeoordelingsverzoeken die de Belastingdienst ontvangt. De rechtbank wijst een verlenging van de termijn bij vertraging door eiseres af vanwege de onzekerheid hiervan.
De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra en griffier H. Sabanovic op 16 december 2022 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een bestuurlijke dwangsom.