ECLI:NL:RBROT:2022:10920
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens intrekking bodemprocedure
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.H. Kemp-Randwijk, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van een procedure over onderbewindstelling en/of instelling van mentorschap. Dit verzoek werd behandeld door de meervoudige kamer voor wrakingszaken. Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek heeft verzoekster per e-mail laten weten het verzoek in de bodemprocedure in te trekken.
De rechtbank overwoog dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen en alleen kan worden toegewezen indien er een lopende zaak is waarin de gewraakte rechter optreedt. Door de intrekking van de bodemprocedure is er geen lopende zaak meer waarin de betreffende rechter optreedt, waardoor verzoekster geen belang meer heeft bij het wrakingsverzoek.
De rechtbank verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 26 september 2022.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens intrekking van de bodemprocedure.