ECLI:NL:RBROT:2022:10920

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 september 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
643627 / HA RK 22-870
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens intrekking bodemprocedure

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.H. Kemp-Randwijk, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van een procedure over onderbewindstelling en/of instelling van mentorschap. Dit verzoek werd behandeld door de meervoudige kamer voor wrakingszaken. Tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek heeft verzoekster per e-mail laten weten het verzoek in de bodemprocedure in te trekken.

De rechtbank overwoog dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen en alleen kan worden toegewezen indien er een lopende zaak is waarin de gewraakte rechter optreedt. Door de intrekking van de bodemprocedure is er geen lopende zaak meer waarin de betreffende rechter optreedt, waardoor verzoekster geen belang meer heeft bij het wrakingsverzoek.

De rechtbank verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 26 september 2022.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens intrekking van de bodemprocedure.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/643627 / HA RK 22-870
Beslissing van 26 september 2022
op het verzoek van
[naam verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
strekkende tot wraking van:
mr. C.H. Kemp-Randwijk, rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Ter zitting van 18 augustus 2022 is door de rechter behandeld het door verzoekster ingediende verzoek tot onderbewindstelling en/of instelling van mentorschap met betrekking tot [naam] . Die procedure draagt als kenmerk 9805553 GZ VERZ 22-2583.
1.2.
Per e-mail van 26 augustus 2022 heeft verzoekster wraking van de rechter verzocht.
1.3.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt:
- het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting;
- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek.
1.4.
Verzoekster en de rechter zijn uitgenodigd voor de zitting waarop het wrakingsverzoek is behandeld.
De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
1.5.
Ter zitting van 16 september 2022 waar het wrakingsverzoek is behandeld, zijn verschenen verzoekster en de rechter.
1.6.
Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de e-mail van verzoekster van 17 september 2022.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben.
2.2.
Verzoekster heeft de rechtbank per e-mail van 17 september 2022 bericht dat zij het verzoek in de procedure met het onder 1.1 vermelde kenmerk intrekt. Dit brengt met zich dat er geen zaak meer is waarin de gewraakte rechter optreedt als rechter. Verzoekster heeft dan ook geen belang meer bij de door haar verzochte wraking. Verzoekster zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. C.H. Kemp-Randwijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker en mr. drs. J. van den Bos, rechters, en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 26 september 2022 in tegenwoordigheid van mr. P. Blijleven, griffier.