In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een hoofdsom en contractuele boetes wegens vermeende tekortkomingen in de nakoming van een exploitatieovereenkomst en geldlening. In een incident verzoekt eiser om de derde partij [naam01] in vrijwaring op te roepen, omdat deze mogelijk aansprakelijk is voor de schade.
De rechtbank overweegt dat oproeping in vrijwaring mogelijk is indien tussen de gedaagde en de derde een rechtsverhouding bestaat die de derde verplicht de nadelige gevolgen van een veroordeling te dragen. Eiser heeft voldoende gesteld dat een dergelijke rechtsverhouding bestaat op basis van een mondelinge driepartijenovereenkomst, waarbij de koopprijs door de derde aan een andere partij zou worden voldaan.
De rechtbank wijst het verzoek tot oproeping in vrijwaring toe en compenseert de proceskosten van het incident, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 1 februari 2023 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.