ECLI:NL:RBROT:2022:10927

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
C/10/646545 / HA ZA 22-851
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 lid 1 RvArt. 6:171 BWBepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 (BVA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing oproeping in vrijwaring na aanvaring tussen schepen in haven Scheveningen

Op 24 juni 2018 vond een aanvaring plaats tussen twee schepen in de haven van Scheveningen, waarbij een schip eigendom van Watersport Scheveningen betrokken was. [eiser01], opvarende van het andere schip, vordert schadevergoeding van Watersport Scheveningen wegens opgelopen letsel.

Watersport Scheveningen vordert in een incident de oproeping in vrijwaring van Dolphin Maritime Netherlands B.V., Kenbri Fire Fighting B.V., en de schippers van beide schepen. Zij stelt dat deze partijen mede aansprakelijk zijn voor de aanvaring en de daaruit voortvloeiende schade, omdat de schippers in strijd met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 hebben gehandeld.

De rechtbank oordeelt dat Watersport Scheveningen voldoende heeft gesteld dat er een rechtsverhouding bestaat die vrijwaring kan rechtvaardigen. Het verzoek tot oproeping in vrijwaring wordt daarom toegewezen. De proceskosten van het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting op 18 januari 2023.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot oproeping in vrijwaring toe en compenseert de proceskosten van het incident.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/646545 / HA ZA 22-851
Vonnis in incident van 7 december 2022
in de zaak van
[eiser01],
wonende in [woonplaats01] ,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. J.W. Janssens te Houten,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WATERSPORT SCHEVENINGEN B.V.,
statutair gevestigd in Rijswijk,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. F. van Schaik te Berkel en Rodenrijs.
Partijen worden hierna [eiser01] en Watersport Scheveningen genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident van 28 september 2022 van de Rechtbank Den Haag, waarbij de Rechtbank Den Haag zich onbevoegd heeft verklaard en de procedure naar deze rechtbank is verwezen, en de in dat vonnis genoemde stukken;
  • het oproepingsexploot van 14 oktober 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het vrijwaringsincident.

2..De vordering in de hoofdzaak

2.1.
[eiser01] vordert in de hoofdzaak samengevat en zakelijk weergegeven om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Watersport Scheveningen te veroordelen om aan [eiser01] te voldoen een bedrag van (in totaal ongeveer) € 26.500,00, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van Watersport Scheveningen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
2.2.
[eiser01] legt aan zijn vordering - kort gezegd - ten grondslag dat hij op 24 juni 2018 letsel heeft opgelopen als gevolg van een aanvaring tussen een schip van Watersport Scheveningen en een schip waarvan [eiser01] opvarende was. [eiser01] houdt Watersport Scheveningen als eigenaresse van het bij de aanvaring betrokken schip aansprakelijk voor de door hem geleden en nog te lijden schade die is toe te rekenen aan de aanvaring.

3..Het geschil in het vrijwaringsincident

3.1.
Watersport Scheveningen vordert dat haar wordt toegestaan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] in vrijwaring op te roepen, kosten rechtens.
3.2.
Watersport Scheveningen stelt daartoe - samengevat weergegeven - het volgende.
3.2.1.
Op 24 juni 2018 heeft voor de haven van Scheveningen een aanvaring plaatsgevonden tussen het schip “ [naam schip01]”, eigendom van Watersport Scheveningen en bestuurd door de schipper [naam02] , en het schip “ [naam schip02] ”, eigendom van Kenbri Fire Fighting B.V. en bestuurd door de schipper [naam01] . Het schip “ [naam schip02] ” wordt geëxploiteerd door Dolphin Maritime Netherlands B.V.
3.2.2.
Indien en voor zover vast zou komen te staan dat de aanvaring (mede) is veroorzaakt door het schip “ [naam schip01]”, heeft Watersport Scheveningen er recht en belang bij om de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] in vrijwaring op te roepen. [verweerder01] stelt in de dagvaarding zelf dat de schippers van beide schepen die bij de aanvaring betrokken waren in strijd met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 (hierna: BVA) hebben gehandeld. De schippers, de heren [naam02] en [naam01] , zijn daarom medeschuldig aan de aanvaring en aansprakelijk voor de schade die [verweerder01] stelt te hebben geleden. Aangezien de schippers van beide schepen in strijd met het BVA hebben gehandeld, zijn de eigenaren van beide schepen hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [verweerder01] stelt te hebben geleden en daarom kan Watersport Scheveningen regres nemen op Kenbri Fire Fighting B.V. Nu [naam01] als hulppersoon van Dolphin Maritime Netherlands B.V. kan worden aangemerkt, is Dolphin Maritime Netherlands B.V. op grond van artikel 6:171 BW Pro mede aansprakelijk voor de (mede) door [naam01] veroorzaakte schade, zodat Watersport Scheveningen ook op Dolphin Maritime Netherlands B.V. regres kan nemen.
3.3.
[verweerder01] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4..De beoordeling in het vrijwaringsincident

4.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv Pro kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt, dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
4.2.
Watersport Scheveningen heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen Watersport Scheveningen enerzijds en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] anderzijds een rechtsverhouding bestaat die mogelijk tot vrijwaring door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] verplicht, zodat aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is voldaan. Nu [verweerder01] zich daarnaast heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5..De beslissing

De rechtbank:
in het incident
5.1.
staat toe dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] door Watersport Scheveningen worden gedagvaard tegen de rolzitting van
18 januari 2023;
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
18 januari 2023voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door de rolrechter en door deze in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.
3349 / 1407