De rechtbank Rotterdam heeft op 9 december 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarbij eiseres bezwaar maakte tegen een boete en volledige terugvordering van een lening wegens het niet tijdig inburgeren.
De rechtbank verwees naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het bestuursorgaan een te beperkte toets had uitgevoerd en onvoldoende rekening hield met de medische situatie van eiseres. Verweerder had geprobeerd het gebrek te herstellen met aanvullende medische adviezen van Argonaut, maar de rechtbank oordeelde dat deze adviezen onzorgvuldig tot stand waren gekomen en de redenering onbegrijpelijk was vanwege ontbrekende medische onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat eiseres ernstige, periodiek terugkerende klachten had die haar belemmerden bij het inburgeren, waardoor haar niet verweten kon worden dat zij niet tijdig had ingeburgerd. Daarom was de opgelegde boete en terugvordering van de lening onterecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de primaire besluiten herroepen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor eiseres recht had op een schadevergoeding van €2.000,-, waarvan verweerder en de Staat gezamenlijk aansprakelijk werden gesteld. Verweerder werd ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.