ECLI:NL:RBROT:2022:1103
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medische onderbouwing
Bij vonnis van 19 september 2019 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. De bewindvoerder verzocht de rechter-commissaris om tussentijdse beëindiging van deze regeling, waarop de rechter-commissaris instemde. Na meerdere zittingen en kennisgevingen stelde de rechtbank vast dat schuldenares een tekortkoming had in de nakoming van haar sollicitatieverplichting over 24 maanden, maar dat deze mogelijk niet aan haar kon worden toegerekend vanwege gezondheidsproblemen.
Schuldenares heeft sinds november 2021 haar sollicitatiebewijzen opgestuurd en werkt sinds februari 2022 twintig uur per week in de thuiszorg. Wel heeft zij de gevraagde medische stukken niet aangeleverd, waardoor niet kan worden beoordeeld of de tekortkoming haar kan worden toegerekend. De rechtbank concludeert dat de informatieverplichting grotendeels is hersteld en dat schuldenares saneringsgezind is.
Daarom weigert de rechtbank de tussentijdse beëindiging van de regeling. Schuldenares krijgt de gelegenheid alsnog medische stukken te overleggen om vrijstelling te verkrijgen. Indien geen vrijstelling wordt verleend, kan de regeling worden verlengd om de tekortkoming te compenseren. De bewindvoerder wordt opgedragen tijdig overleg te plegen met de rechter-commissaris over het verdere verloop.
Uitkomst: De rechtbank weigert de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medische onderbouwing van de tekortkoming.