Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het proces-verbaal van 2 december 2022 waarin het mondeling wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 8 december 2022.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een tweede wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een civiele zaak over de verlenging van een ondertoezichtstelling van zijn zoon. Hij stelde dat de rechter partijdig was omdat deze een rapport van de Stichting Jeugdbescherming west volgde zonder vragen te stellen over vermeende onjuistheden.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen ontvankelijk is als nieuwe feiten worden aangevoerd die pas na het eerste verzoek bekend werden. Verzoeker had deze gronden al bij het eerste verzoek kunnen aanvoeren, waardoor het tweede verzoek geen nieuwe feiten bevatte en niet-ontvankelijk werd verklaard.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte door het in te zetten om een bepaald oordeel over het rapport af te dwingen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam op 12 december 2022 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn tweede wrakingsverzoek en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.