De zaak betreft een geschil tussen de huidige partner van de heer en diens ex-partner, waarbij een straat- en contactverbod was opgelegd aan eiseres. Na vermeende overtredingen legde gedaagde beslag onder de bankrekening van eiseres ter executie van dwangsommen. De rechtbank constateerde dat de executie was geschorst en dat gedaagde geen bodemprocedure was gestart om vast te stellen of dwangsommen daadwerkelijk waren verbeurd.
De rechtbank oordeelde dat het langdurig laten liggen van het beslag zonder voortzetting van de executie misbruik van bevoegdheid is. De vorderingen tot immateriële schadevergoeding, reiskosten en proceskosten werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en eerdere beslissingen. De proceskosten werden gecompenseerd om verdere conflicten binnen de familie te voorkomen.
Het vonnis werd uitgesproken door mr. J.L. Luiten op 7 december 2022, waarbij het beslag werd opgeheven en de kosten tussen partijen werden gecompenseerd.