Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 11;
- de brieven van de rechtbank van 5 juli 2022 waarin partijen zijn opgeroepen voor de zitting;
- de brieven van de rechtbank van 19 september 2022 met een zittingsagenda;
- het B8-formulier en de bijgevoegde brief zijdens [eiseres] , met producties 8 en 9;
- producties 12 en 13 zijdens [gedaagde] ;
- de spreekaantekeningen zijdens [eiseres] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 24 oktober 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
- om het executoriaal derdenbeslag, dat zij [de rechtbank begrijpt: [gedaagde] ] heeft doen leggen onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V. binnen twee dagen na de betekening van het in dezen te wijzen vonnis op te heffen;
- [gedaagde] te veroordelen in een schadevergoeding ten aanzien van de reiskosten die [eiseres] heeft gemaakt ten bedrage van € 44,08;
- [gedaagde] te veroordelen in een schadevergoeding ten aanzien van de aantasting van de eer en goede naam van [eiseres] , door uw rechtbank in goede justitie te bepalen;
- [gedaagde] te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten van de procedures, en de kosten van dit geding ad € 1.193,00, een bedrag aan salaris voor de gemachtigde daaronder begrepen.