De kinderrechter heeft op 16 november 2022 een beschikking gegeven inzake een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2005, bij haar grootmoeder. De minderjarige verbleef sinds 31 oktober 2022 bij de grootmoeder nadat het eerdere pleeggezin vanwege financiële problemen niet langer kon voorzien in haar behoeften.
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder, maar terugplaatsing bij haar is momenteel niet aan de orde. De minderjarige voelt zich op haar gemak bij de grootmoeder, heeft een baantje en wil meer naar school gaan. De grootmoeder heeft aangegeven met liefde voor het kind te willen zorgen, maar kampt zelf met financiële beperkingen die onder meer het lidmaatschap van een voetbalclub belemmeren.
De kinderrechter heeft op grond van artikel 1:265b lid 1 BW geoordeeld dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 1 mei 2023 en is uitvoerbaar bij voorraad. Tevens is het belang van financiële ondersteuning van de grootmoeder en het kind besproken, onder meer via fondsen voor sport en cultuur.