De zaak betreft een minderjarige met autisme en ADHD die sinds mei 2022 bij zijn vader woont. Na een ernstig incident in november 2022 is hij uit huis geplaatst en op een gesloten groep geplaatst. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtigingen voor gesloten jeugdhulp en uithuisplaatsing tot respectievelijk 20 maart 2023.
De GI stelde dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is vanwege de problematiek van de minderjarige en het ontbreken van passende behandelgroepen. De vader, moeder en de minderjarige zelf verzetten zich tegen de verlenging en bepleitten terugkeer naar huis, waar de minderjarige zich veiliger voelt en minder gedragsproblemen vertoont.
De kinderrechter concludeerde dat de gesloten plaatsing niet het gewenste effect heeft en dat behandeling noch thuis noch op de groep momenteel beschikbaar is. Gezien het belang van de minderjarige acht de rechter het beter dat hij terugkeert naar huis, waar een betrokken netwerk aanwezig is en hij minder problematisch gedrag vertoont.
De reeds genomen spoedmachtigingen blijven van kracht tot uiterlijk 4 januari 2023 om spoedige inzet van dagbesteding en hulpverlening mogelijk te maken. De verzoeken tot verlenging van de machtigingen worden afgewezen.