Op 21 september 2021 werd in Rotterdam melding gemaakt van een schietincident waarbij de verdachte betrokken was. De politie trof een vuurwapen en hulzen aan bij een geparkeerde auto, en op camerabeelden was te zien dat een man met een petje wegrende. DNA-sporen van de verdachte werden aangetroffen op het vuurwapen en op een aansteker nabij de plaats delict.
De verklaringen van twee getuigen die met de verdachte in de auto zaten, bevestigden dat de verdachte het vuurwapen bij zich had en in de lucht had geschoten. Hoewel er kleine verschillen waren in hun verklaringen, waren deze in de kern consistent en werden zij ondersteund door het fysieke bewijs.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs was om het ten laste gelegde feit te bewijzen: het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en het feit dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit was veroordeeld.