Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
Koopprijs Porsche [kentekennummer] gekocht bij [gedaagde 3] heden.”
Rechtbank Rotterdam
Eiser kocht op 1 juni 2021 een Porsche Carrera 4S bij gedaagden, die de auto in hun showroom hadden staan. Na levering bleek de motor problemen te vertonen, waarna eiser de koopovereenkomst ontbond en betaling terugvorderde. Gedaagden stelden dat zij slechts als tussenpersoon optraden namens de eigenaar van de auto, de heer [naam persoon 2].
De rechtbank onderzocht of gedaagden als contractspartij konden worden aangemerkt aan de hand van de wilsvertrouwensleer (art. 3:33 en Pro 3:35 BW) en het Kribbebijter-arrest. Uit de feiten bleek dat gedaagden meerdere malen hadden aangegeven dat zij slechts bemiddelden en dat de eigenaar van de auto een ander was. Eiser had het aankoopbedrag rechtstreeks aan de eigenaar overgemaakt en ontving geen factuur van gedaagden.
Eiser betwistte slechts algemeen dat hij geïnformeerd was over de rol van gedaagden, maar zijn stellingen overtuigden niet. De rechtbank concludeerde dat eiser er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat gedaagden als verkoper optraden. Daarom werd de vordering afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen omdat gedaagden slechts als tussenpersoon optraden en niet als contractspartij.