ECLI:NL:RBROT:2022:11270
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late griffierechtbetaling afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Opposante stelde in verzet dat zij het griffierecht wel tijdig had betaald en overlegde een rekeningafschrift ter onderbouwing.
De verzetrechter beoordeelde of het beroep terecht zonder zitting was afgedaan. Uit de Track & Tracegegevens bleek dat opposante de herinneringsbrief op 18 augustus 2022 had ontvangen, waarin stond dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening moest worden betaald, dus uiterlijk 7 september 2022. De betaling op 15 september 2022 was te laat.
De verzetrechter concludeerde dat de aangevoerde argumenten geen twijfel opriepen over de buiten-zittinguitspraak en verklaarde het verzet ongegrond. De oorspronkelijke uitspraak bleef daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.