De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van twee kinderen, geboren in 2008 en 2010, vanwege een zorgelijke en complexe opvoedingssituatie. De ouders oefenen het gezag uit, maar kampen met psychische problemen die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen.
Tijdens de zitting zijn de kinderen gehoord en is vastgesteld dat er sprake is van gedragsproblemen, schoolverzuim en strafbare feiten bij het oudste kind. De moeder verblijft momenteel in een GGZ-instelling, wat de zorgsituatie verder bemoeilijkt. De ouders zijn niet eensgezind over de opvoeding en hebben onvoldoende zicht op het buitenschoolse gedrag van de kinderen.
De Raad en de gecertificeerde instelling benadrukken de noodzaak van een robuuste rol van een jeugdbeschermer om de belangen van de kinderen te beschermen en verdere ontwikkelingsbedreiging te voorkomen. De kinderrechter acht vrijwillige hulpverlening onvoldoende en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling toe voor de duur van twaalf maanden.
De beschikking is op 29 november 2022 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met een schriftelijke vaststelling op 12 december 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.