De zaak betreft een geschil tussen buren over de erfgrens en het recht tot onderhoud van een riolering die deels over het perceel van de buren loopt. Eisers wonen sinds 2014 op een perceel dat in 1993 kadastraal is gesplitst van het perceel van gedaagden. Eisers vorderen onder meer een wijziging van de erfgrens en het vestigen van een erfdienstbaarheid voor onderhoud van de riolering.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een oude erfgrens die afwijkt van de kadastrale grens uit 1993, omdat de percelen daarvoor één geheel vormden en uiterlijke kenmerken zoals schuttingen geen juridische betekenis hadden. Ook de erfdienstbaarheid ten behoeve van de gemeente is niet relevant voor de perceelgrens tussen partijen.
Wel wordt geoordeeld dat gedaagden medewerking moeten verlenen aan het vestigen van een erfdienstbaarheid die eisers onbeperkte toegang geeft tot het deel van de riolering op het perceel van gedaagden voor noodzakelijk onderhoud. Er is geen noodzaak voor een bredere erfdienstbaarheid of het verwijderen van de schutting, aangezien deze de toegang niet belemmert.
Eisers worden grotendeels in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.