Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen een schuldeiser die niet instemde met een aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een gedeeltelijke betaling aan schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker die een Ziektewet-uitkering ontvangt.
Achttien van de negentien schuldeisers stemden in met de regeling, slechts Tandzorg Rotterdam weigerde. De rechtbank overwoog dat de vordering van Tandzorg Rotterdam slechts 1,1% van de totale schuld betreft en dat de regeling deskundig is getoetst en goed gedocumenteerd. Verzoeker staat onder beschermingsbewind en werkt aan herstel van zijn psychische gezondheid met uitzicht op werkhervatting.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan het belang van de weigeraar. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen. Tandzorg Rotterdam werd veroordeeld in de proceskosten.