ECLI:NL:RBROT:2022:11566

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
636164 / HA RK 22-348
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van vooringenomenheid in ambtenarenzaak

In een bestuursrechtelijke procedure bij de Rechtbank Rotterdam betwist eiseres de grondslag van haar eervol verleend ontslag door de gemeente Rotterdam, waarbij zij integriteitsschendingen door haar leidinggevende en diens echtgenote aanvoert. De rechter die de zaak aanvankelijk toegewezen kreeg, diende een verzoek tot verschoning in vanwege de persoonlijke relatie met de leidinggevende en diens echtgenote, die zij regelmatig ontmoet bij sportactiviteiten van hun kinderen.

Hoewel de rechter subjectief onpartijdig is, oordeelt de rechtbank dat de omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. De zaak was abusievelijk aan haar toegewezen ondanks eerdere terughoudendheid en melding aan haar teamvoorzitter.

De rechtbank wijst het verzoek tot verschoning toe om de onpartijdigheid van de rechterlijke behandeling te waarborgen. De mondelinge behandeling is verdaagd en opnieuw gepland met een andere rechter.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor gebrek aan onpartijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 636164 / HA RK 22-348
Beslissing van 7 april 2022
op het verzoek van:
mr. E.J. Rutten,
senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 2 (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[naam eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. J.F.M. van Weegberg te ’s-Gravenhage,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
zetelende te Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde mr. D.R. Stolwijk te Rotterdam.

1.Het procesverloop en de processtukken

Bij deze rechtbank is aanhangig de bestuursrechtelijke beroepsprocedure van eiseres tegen verweerster met kenmerk ROT 20 / 3360 AW GVZ.
In die zaak zijn partijen bij brieven van de griffier van 4 november 2021 opgeroepen voor de zitting van 10 december 2021, waarbij is meegedeeld dat de rechter het beroep ter zitting zal behandelen.
Bij brieven van 9 november 2021 is aan partijen meegedeeld dat de behandeling van het beroep op 10 december 2021 tot een nader te bepalen datum is uitgesteld.
Op 4 april 2022 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven bestuursrechtelijke procedure.

2.Het verzoek

2.1.
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :
2.1.1.
De rechter dient het verschoningsverzoek in omdat er sprake zou kunnen zijn van schijn van vooringenomenheid, nu sprake is van omstandigheden die, geheel los van de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven voor de objectief gerechtvaardigde vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid, indien zij als behandelend rechter in deze zaak zou optreden.
2.1.2.
De zaak betreft een ambtenarenzaak. Aan eiseres is eervol ontslag verleend door de gemeente Rotterdam en eiseres betwist kort gezegd de grondslag van haar ontslag. Daarbij stelt zij dat sprake is van integriteitsschending door haar leidinggevende, de heer [naam leidinggevende] , met betrekking tot de uithuisplaatsing van haar dochter door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), meer in het bijzonder de betrokkenheid van mevrouw [naam juriste] , die als juriste werkzaam is bij JBRR. Mevrouw [naam juriste] is de echtgenote van de heer [naam leidinggevende] en volgens eiseres zou mevrouw [naam juriste] er voor hebben gezorgd dat haar dochter uit huis is geplaatst. Vervolgens zou hierover op de werkvloer zijn gesproken.
2.1.3.
De rechter kent zowel de heer [naam leidinggevende] als zijn echtgenote, mevrouw [naam juriste] , persoonlijk. Al enige jaren zitten de dochter van de rechter en de dochter van de heer [naam leidinggevende] en mevrouw [naam juriste] in hetzelfde hockeyteam. Met enige regelmaat zien de rechter en de heer [naam leidinggevende] en mevrouw [naam juriste] elkaar langs de lijn. Op een van die momenten, ergens in het najaar van 2020, heeft de heer [naam leidinggevende] de rechter verteld over het feit dat deze zaak aanhangig was bij de rechtbank en over deze zaak verteld. De rechter heeft zich toen zeer terughoudend opgesteld en heeft hem gezegd dat deze zaak onder de rechter is en dat zij daar niets van kan vinden en daarover geen mededelingen kan doen.
2.1.4.
Begin januari 2021 heeft de rechter aan haar teamvoorzitter aangegeven dat zij deze zaak niet kon behandelen. Desondanks werd de zaak op haar zitting van 10 december 2021 gepland en werden er definitieve uitnodigingen aan partijen verzonden, waarin was vermeld dat de rechter de zaak zou behandelen. De zaak was hierdoor abusievelijk toch aan de rechter toebedeeld. Hierop heeft de rechter de zaak op of omstreeks 9 november 2021 ambtshalve verdaagd. De mondelinge behandeling van de zaak staat nu gepland op 22 april a.s.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheden, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. E.J. Rutten zich in de bestuursrechtelijke procedure met kenmerk ROT 20 / 3360 AW GVZ van [naam eiseres] als eiseres tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam als verweerster te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. A. Verweij en
mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechters en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier ondertekend op 7 april 2022.