ECLI:NL:RBROT:2022:11573

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 augustus 2022
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
643528 / HA RK 22-865
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheidsvrees

In deze zaak diende mr. Th. Veling, rechter en teamvoorzitter binnen de rechtbank Rotterdam, een verzoek tot verschoning in voor de behandeling van een kort geding tussen eiser en gedaagde. De reden was dat de advocaat van de eisende partij de dochter is van een andere teamvoorzitter binnen dezelfde rechtbank, met wie de rechter nauw samenwerkt.

Hoewel de rechter zichzelf onpartijdig achtte, achtte hij het mogelijk dat bij een van de partijen de vrees voor partijdigheid zou kunnen ontstaan. De rechtbank overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onpartijdigheid en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel.

De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid van de rechter, maar dat de omstandigheden en het feit dat de rechter zelf een verzoek tot verschoning had ingediend, een objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid opleverden. Daarom werd het verzoek toegewezen en de rechter van de zaak ontheven.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : 643528 / HA RK 22-865
Beslissing van 25 augustus 2022
op het verzoek van:
mr. Th. Veling,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team handel en haven (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[naam eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. drs. A. Bootsma
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M. Groenleer.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Aan de rechter is toebedeeld de behandeling van de kort geding procedure tussen eiser en gedaagde, beiden voornoemd, met kenmerk 642104 / KG ZA 22-647, waarin de mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 29 augustus 2022.
1.2.
Op 25 augustus 2022 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
1.3.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven kort geding procedure.

2.Het verzoek

2.1.
Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd – verkort en zakelijk weergegeven – :
2.1.1.
Bij de voorbereiding van de zitting heeft de rechter geconstateerd dat de advocaat van de eisende partij de dochter is van een van de teamvoorzitters binnen de rechtbank Rotterdam. De rechter is zelf ook teamvoorzitter. Met de desbetreffende teamvoorzitter werkt de rechter intensief samen. Hoewel de rechter zichzelf in staat acht de zaak onpartijdig te behandelen, kan hij zich in deze omstandigheden voorstellen dat (bij een van partijen) de vrees ontstaat dat het aan die onpartijdigheid schort. Om deze reden is het naar de mening van de rechter beter als hij zich van de zaak terugtrekt.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. Th. Veling zich in de kort geding procedure van [naam eiser] als eiser tegen [naam gedaagde] als gedaagde met kenmerk 642104 / KG ZA 22-647 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. E. Rabbie en
mr. A. Buizer, rechters.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. E. Rabbie en J.A. Faaij,
griffier ondertekend op 25 augustus 2022.