ECLI:NL:RBROT:2022:11573
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheidsvrees
In deze zaak diende mr. Th. Veling, rechter en teamvoorzitter binnen de rechtbank Rotterdam, een verzoek tot verschoning in voor de behandeling van een kort geding tussen eiser en gedaagde. De reden was dat de advocaat van de eisende partij de dochter is van een andere teamvoorzitter binnen dezelfde rechtbank, met wie de rechter nauw samenwerkt.
Hoewel de rechter zichzelf onpartijdig achtte, achtte hij het mogelijk dat bij een van de partijen de vrees voor partijdigheid zou kunnen ontstaan. De rechtbank overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onpartijdigheid en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor het tegendeel.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor subjectieve partijdigheid van de rechter, maar dat de omstandigheden en het feit dat de rechter zelf een verzoek tot verschoning had ingediend, een objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid opleverden. Daarom werd het verzoek toegewezen en de rechter van de zaak ontheven.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.