Uitspraak
1.Rotterdamse Grond B.V.,
[naam gedaagde sub 2],
[naam] Holding B.V.,
[naam gedaagde sub 4],
AFBL Holding B.V.,
De Vijverborgh Beheer B.V.,
[naam gedaagde sub 7],
Rechtbank Rotterdam
In deze civielrechtelijke procedure heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek werd gedaan omdat een van de gedaagden in de zaak de buurman is van de rechter; zij zijn beiden eigenaar van direct aan elkaar grenzende stukjes recreatiegrond waar zij regelmatig verblijven. De rechter achtte zich hierdoor niet vrij om de zaak onbevooroordeeld te behandelen.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het beginsel van onpartijdigheid. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig zou zijn, werd onderzocht of er objectief gezien een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat. De rechtbank oordeelde dat het eigenaarschap van aangrenzende recreatiegronden en de zelf ingediende verschoningsaanvraag een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding kan zijn.
Op grond daarvan werd het verzoek tot verschoning toegewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de voorzitter afwezig was en de beslissing werd ondertekend door twee rechters en de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de nabijheid tot een van de gedaagden.