ECLI:NL:RBROT:2022:11575

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 december 2022
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
649144 KG ZA 22-1033
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opschorting executoriale verkoop auto in echtscheidingsgeschil

In een kort geding heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 28 december 2022 uitspraak gedaan in een executiegeschil tussen partijen die eerder in een echtscheidingsprocedure waren betrokken. De vrouw was aan wie de auto was toegewezen, maar zij betaalde het bedrag wegens overbedeling niet. De man legde daarop executoriaal beslag op de auto en stelde een executoriale verkoop in.

De vrouw vorderde in kort geding opheffing van het beslag en afgelasting van de verkoop, stellende dat de auto minder waard was dan vastgesteld en dat de motoren verkeerd waren gewaardeerd, waardoor het te betalen bedrag lager zou zijn. Ook stelde zij dat de auto geschikt was voor een invalide bestuurder en dat verkoop tot een noodtoestand zou leiden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke misslag in de beschikking en dat de belangenafweging uitviel in het voordeel van de man. De auto bleek geen aangepaste invalidenauto, de vrouw kon de auto niet zelf besturen en zij had alternatieve vervoersmogelijkheden. Het belang van de man bij incasso van het toegewezen bedrag woog zwaarder dan het belang van de vrouw bij behoud van de auto.

De vordering tot opschorting van het beslag en afgelasting van de executoriale verkoop werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag en afgelasting van de executoriale verkoop van de auto is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

locatie Rotterdam
zaaknummer: 649144 KG ZA 22-1033
uitspraak: 28 december 2022
vonnis in kort geding in de zaak van
[naam eiseres] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. J.J.A. Bosch,
tegen
[naam gedaagde] ,
wonende op een geheim adres,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd.

1..Het verloop van het geding

1.1.
De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 9 december 2022, met producties;
  • de aanvullende producties van [naam eiseres] ;
  • de pleitnotities en producties van [naam eiseres] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 14 december 2022 plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling is [naam eiseres] in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. [naam gedaagde] is ook in persoon verschenen.

2..De feiten

2.1.
Op 2 november 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in een echtscheidingsbeschikking, gewezen onder zaaknummer C/10/630653/FA RK 21-9502/echtscheiding en C/10/639196 FA RK 22-3796/verdeling, – onder meer – het volgende geoordeeld:
“Partijen zijn het erover eens dat de auto aan de vrouw kan worden toebedeeld en de twee motoren aan de man. Partijen zijn het niet eens over de vraag tegen welke waarde de auto en de motoren aan ieder van hen kunnen worden toebedeeld. De man heeft een ANWB koerslijst in het geding gebracht waaruit een actuele waarde van de auto blijkt van € 11.900,-. Ook heeft de man stukken in het geding gebracht waaruit een waarde van € 1.200,- blijkt voor de Kawasaki motor en een waarde van € 150,- voor de Yamaha motor. (…) De rechtbank bepaalt daarom dat de auto wordt toebedeeld aan de vrouw tegen een waarde van € 11.900.- en de twee motoren worden aan de man toebedeeld tegen een waarde van € 150,-. De vrouw moet € 5.275,- aan de man voldoen wegens overbedeling.”
2.2.
[naam eiseres] heeft het wegens overbedeling door haar te betalen bedrag niet betaald. Begin december 2022 heeft [naam gedaagde] executoriaal beslag laten leggen op de auto van [naam eiseres] .
2.3.
De executoriale verkoop van de auto stond gepland op 15 december 2022.

3..Het geschil

3.1.
[naam eiseres] vordert na wijziging van eis om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, per direct dan wel per datum van betekening van dit vonnis het op de auto van [naam eiseres] gelegde beslag op te heffen en de executoriale verkoop van de auto van [naam eiseres] af te gelasten, op straffe van een dwangsom van € 6.000,00 per dag per overtreding tot een maximum van € 18.000,00, met veroordeling van [naam gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Ter toelichting op haar vordering heeft [naam eiseres] – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende aangevoerd.
3.3.
De echtscheidingsbeschikking van 2 november 2022 bevat in de berekening twee onjuistheden. De auto die aan [naam eiseres] is toegewezen, is niet € 11.900,00 maar slechts € 6.500,00 waard. Verder hadden de twee motoren verrekend moeten worden voor een waarde van € 1.350,00 en niet slechts voor € 150,00. Dit maakt dat [naam eiseres] maar een bedrag van € 2.575,00 uit overbedeling moet voldoen. Verder heeft de rechtbank in de beschikking van 2 november 2022 ten onrechte een factuur van een aannemersbedrijf buiten beschouwing gelaten.
3.4.
De auto waar [naam gedaagde] beslag op heeft gelegd, is geschikt voor een zwaar invalide bestuurder zoals [naam eiseres] . Als de auto wordt verkocht, komt [naam eiseres] in een noodtoestand. Daarnaast heeft de verkoop van de auto onomkeerbare gevolgen, terwijl tegen de uitspraak van 2 november 2022 beroep is aangezegd, aldus [naam eiseres] .
3.5.
[naam gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop – voor zover van belang – in het kader van de beoordeling wordt ingegaan.

4..De beoordeling

Het beoordelingskader
4.1.
Het uitgangspunt is dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard direct ten uitvoer kan worden gelegd zonder dat de uitkomst van het hoger beroep hoeft te worden afgewacht. De rechter heeft de beschikking van 2 november 2022 uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Omdat deze beslissing echter niet is gemotiveerd, kan afwijking van het hiervoor genoemde uitgangspunt worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand – zolang niet op het door haar ingestelde rechtsmiddel is beslist – zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling heeft verkregen. Hieraan ligt onder meer de gedachte ten grondslag dat moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen plaatsgevonden heeft. De rechter in het executiegeschil moet deze afweging daarom alsnog maken. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van de bestreden beslissing en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het hoger beroep moet buiten beschouwing worden gelaten. Wel kan de rechter in zijn oordeelsvorming betrekken of het ten uitvoer te leggen vonnis berust op een kennelijke (feitelijke of juridische) misslag.
Kennelijke misslag
4.2.
[naam eiseres] heeft gesteld dat het de beschikking van 2 november 2022 een kennelijke misslag bevat omdat bij de berekening van het wegens overbedeling te betalen bedrag de waarde van de Kawasaki motor (€ 1.200,00) buiten beschouwing is gelaten.
4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is het wegens overbedeling te betalen bedrag, uitgaande van de in de beschikking vastgestelde waardes, uitgerekend. Daarbij is gebleken dat de waarde van de Kawasaki motor, hoewel de letterlijke tekst van de beschikking (“de twee motoren worden aan de man toebedeeld tegen een waarde van € 150,-”) anders doet vermoeden, door de rechtbank wel in de berekening is betrokken en dat, het wegens overbedeling te betalen bedrag, nog steeds uitgaande van de in de beschikking bepaalde waardes, correct is uitgerekend.
4.4.
Van de door [naam eiseres] gestelde kennelijke misslag is dus geen sprake.
4.5.
De overige bezwaren van [naam eiseres] tegen de beschikking (te hoge waarde voor de auto en het niet betrekken van de factuur van de aannemer) kwalificeren evenmin als kennelijke misslagen en kunnen geen grond opleveren om in te grijpen in de tenuitvoerlegging. Deze kunnen, gelet op het in overweging 4.1. uiteengezette kader, enkel in de hoger beroepsprocedure aan de orde worden gesteld.
Belangenafweging
4.6.
Het belang van [naam gedaagde] bij de executoriale verkoop van de auto is gelegen in het daadwerkelijk incasseren van het in de beschikking vanwege overbedeling aan hem toegekende bedrag.
4.7.
Het belang dat [naam eiseres] in deze procedure heeft gesteld, heeft zij onderbouwd door te stellen dat het voor haar bijzonder ingrijpend is als zij de auto kwijtraakt, omdat deze geschikt is voor invalide personen. Door de verkoop zal volgens haar direct een noodtoestand ontstaan. Bovendien stelt [naam eiseres] dat het belang van [naam gedaagde] bij de verkoop van de auto niet meer bestaat, omdat [naam gedaagde] – volgens [naam eiseres] – slechts recht zou hebben op een bedrag van € 2.575,00 uit overbedeling (en niet € 5.275,00).
4.8.
[naam gedaagde] betwist dat de auto een omgebouwde invalide auto is. Het is – volgens [naam gedaagde] – een gewone auto waar oprijplaten in liggen. Verder is [naam eiseres] zelf niet in staat om in de auto te rijden, waardoor er door het wegvallen van de auto geen noodtoestand ontstaat. Voor vervoer kan zij eventueel gebruik maken van invalidevervoer. Verder is in de beschikking bij de overbedeling van een juist bedrag uit gegaan en daarom moet [naam eiseres] uit hoofde van die overbedeling € 5.275,00 aan [naam gedaagde] betalen.
4.9.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt over het belang van [naam eiseres] .
4.10.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam eiseres] erkend dat geen sprake is van een aangepaste invalidenauto, maar dat – zoals [naam gedaagde] heeft gesteld – sprake is van een “gewone” auto met oprijplaten erin, zodat [naam eiseres] met haar rolstoel achter in de auto gereden kan worden. Verder heeft [naam eiseres] tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij de auto niet zelf kan besturen (omdat de auto daar niet geschikt voor is) en zij zelf geen rijbewijs heeft. Bovendien weet zij niet waar de auto momenteel is omdat een van haar hulpen (op haar verzoek) de auto voor de deurwaarder heeft verstopt. Dat zij gebruik kan maken van andere voor invaliden beschikbare middelen van vervoer heeft [naam eiseres] niet weersproken.
4.11.
De voorzieningenrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat de hiervoor onder 4.1 bedoelde belangenafweging in het voordeel van [naam gedaagde] moet uitvallen. Uit hetgeen [naam eiseres] heeft aangevoerd blijkt onvoldoende van (een) belang(en) aan haar zijde dat zwaarder weegt dan het belang van [naam gedaagde] bij het incasseren van de vordering, laat staan dat door executie van de beschikking aan de zijde van [naam eiseres] een noodtoestand zal ontstaan.
4.12.
De stelling van [naam eiseres] dat [naam gedaagde] geen belang bij de executie heeft omdat hem wegens overbedeling slechts een bedrag van € 2.575,00 toekomt in plaats van € 5.275,00, behoeft, gelet op wat hiervoor onder 4.3 en 4.5 is overwogen geen verdere behandeling en leidt niet tot een ander oordeel met betrekking tot de belangenafweging.
4.13.
De vordering van [naam eiseres] wordt afgewezen.
4.14.
Gelet op de relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5..De beslissing

De voorzieningenrechter,
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.M.C. van Papenrecht, griffier, en in het openbaar door mr. P. de Bruin uitgesproken.
3498/3195