Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Het verloop van het geding
- de dagvaarding van 9 december 2022, met producties;
- de aanvullende producties van [naam eiseres] ;
- de pleitnotities en producties van [naam eiseres] .
Rechtbank Rotterdam
In een kort geding heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 28 december 2022 uitspraak gedaan in een executiegeschil tussen partijen die eerder in een echtscheidingsprocedure waren betrokken. De vrouw was aan wie de auto was toegewezen, maar zij betaalde het bedrag wegens overbedeling niet. De man legde daarop executoriaal beslag op de auto en stelde een executoriale verkoop in.
De vrouw vorderde in kort geding opheffing van het beslag en afgelasting van de verkoop, stellende dat de auto minder waard was dan vastgesteld en dat de motoren verkeerd waren gewaardeerd, waardoor het te betalen bedrag lager zou zijn. Ook stelde zij dat de auto geschikt was voor een invalide bestuurder en dat verkoop tot een noodtoestand zou leiden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke misslag in de beschikking en dat de belangenafweging uitviel in het voordeel van de man. De auto bleek geen aangepaste invalidenauto, de vrouw kon de auto niet zelf besturen en zij had alternatieve vervoersmogelijkheden. Het belang van de man bij incasso van het toegewezen bedrag woog zwaarder dan het belang van de vrouw bij behoud van de auto.
De vordering tot opschorting van het beslag en afgelasting van de executoriale verkoop werd daarom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag en afgelasting van de executoriale verkoop van de auto is afgewezen.