ECLI:NL:RBROT:2022:11595
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in civiele bodemprocedure na kort geding
In deze civiele procedure tussen Stichting Woonkracht10 en gedaagde heeft de rechter die eerder in een kort geding over hetzelfde geschil uitspraak deed, een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek volgde op het feit dat de rechter gedaagde eerder in het kort geding in het ongelijk had gesteld, waardoor er een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid kan bestaan.
De rechter heeft het verzoek schriftelijk ingediend en het dossier van de procedure ter beschikking gesteld aan de verschoningskamer. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor onpartijdigheid en de objectieve vrees daarvoor.
Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig is, oordeelt de rechtbank dat de omstandigheden en het feit dat de rechter zelf het verzoek indient, een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de vrees voor onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verschoning toe en staat het de rechter toe zich te verschonen van verdere behandeling van de bodemprocedure, waarmee de waarborg van onpartijdigheid wordt gediend.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen om de onpartijdigheid te waarborgen.