Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 29 juni 2022;
- het verweerschrift;
- de pleitaantekeningen van mr. Dekker;
- de aantekeningen van mr. De Vries;
- de overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een ontbindingsverzoek van Stichting voor Islamitisch Voorgezet Onderwijs (Sivor) tegen een werknemer die sinds 2013 bij Sivor werkt, laatstelijk als teamleider zorg. Eerder werd een verzoek tot ontbinding afgewezen, waarbij Sivor de werknemer moest toestaan haar werk te hervatten.
Sivor verzoekt opnieuw ontbinding op grond van ernstig verwijtbaar gedrag en onherstelbare verstoring van de arbeidsverhouding. De werknemer verzet zich en vordert transitievergoeding en een billijke vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer momenteel arbeidsongeschikt is, maar dat het opzegverbod niet aan ontbinding in de weg staat omdat het verzoek geen verband houdt met ziekte. De verhoudingen zijn duurzaam verstoord, mede door het ontbreken van initiatieven tot verbetering en diverse procedurele stappen van beide partijen. Ernstig verwijtbaar handelen ontbreekt bij beide partijen.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2022 met inachtneming van de opzegtermijn. De werknemer krijgt een transitievergoeding van € 21.100,86 bruto toegekend, maar het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2022 met toekenning van een transitievergoeding van € 21.100,86 bruto en afwijzing van een billijke vergoeding.