Eiseres, het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard, verhuurt het schubvisrecht aan belanghebbende. Na het aflopen van de huurovereenkomst bood eiseres een nieuwe overeenkomst aan met een inbrengverplichting, welke belanghebbende niet accepteerde. Belanghebbende verzocht daarom om ongewijzigde verlenging van de bestaande overeenkomst.
Verweerder, de Kamer voor de Binnenvisserij, verlengde de huurovereenkomst ongewijzigd en wees het bezwaar van eiseres tegen deze beslissing af. De rechtbank toetste dit besluit en concludeerde dat verweerder in redelijkheid het verenigingsbelang van belanghebbende zwaarder mocht laten wegen dan het algemene belang van eiseres om het viswater voor een breed publiek open te stellen.
De rechtbank overwoog dat belanghebbende via een uitwisselingsverband al een breed medegebruik mogelijk maakt en dat de inbrengverplichting financiële nadelige gevolgen en verlies van zeggenschap voor belanghebbende met zich zou brengen. Ook werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was om de nieuwe voorwaarden van eiseres ambtshalve toe te voegen aan de verlengde overeenkomst. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.