ECLI:NL:RBROT:2022:11629

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2022
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
10/001057-22 vordering TUL VV: 10/235719-20
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 1 SrArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap van vuurwerk en brandbare stoffen in tas

De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 december 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een tas met brandbare stoffen en zwaar knalvuurwerk, bestemd voor het plegen van een ernstig misdrijf. De officier van justitie vorderde onder meer een taakstraf en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De officier van justitie baseerde zijn bewijs op verklaringen van verbalisanten die zagen dat verdachte de tas achter een boom plaatste en vervolgens wegrende, wat volgens hen duidde op wetenschap van de inhoud. Verdachte verklaarde echter dat hij de tas kort van een vriend had gekregen, niet wist wat de vloeistoffen waren en vermoedde dat het alcohol of siroop betrof. Hij rende weg uit angst voor aanhouding zonder identiteitsbewijs.

De rechtbank oordeelde dat ondanks twijfels over de verklaring, niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de brandbare stoffen en het vuurwerk. Foto’s toonden dat het vuurwerk in de tas gedraaid lag en daardoor niet goed zichtbaar was. Ook het feit dat verdachte eerst de tas neerzette en pas daarna wegrende, leidde niet tot het oordeel dat hij wetenschap had.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en wees de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van de inhoud van de tas met vuurwerk en brandbare stoffen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/001057-22
Parketnummer vordering TUL VV: 10/235719-20
Datum uitspraak: 23 december 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres01] [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. M.R. de Kok, advocaat te Rotterdam

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 december 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.A.A. Smetsers heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur;
- tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 30 dagen in de zaak met parketnummer 10/235719-20.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de verbalisanten hebben gezien dat de verdachte de tas met het vuurwerk en flessen met brandbare vloeistof achter een boom heeft gezet. Uit het feit dat de verdachte de tas wegzette en wegrende voordat hij werd staande gehouden, blijkt dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwerk en de brandbare stoffen.
4.1.2.
Beoordeling
De verdachte heeft verklaard dat hij de tas vlak voor zijn aanhouding van een vriend had aangenomen en dat hij toen kort in de tas heeft gekeken. De verdachte heeft toen flessen met vloeistof gezien en heeft verklaard dat hij niet wist wat daar in zat en dat hij vermoedde dat het om alcohol of siroop ging. Toen de verdachte de politie zag is hij gaan rennen, omdat hij geen identiteitsbewijs bij zich had en niet wilde riskeren dat hij op oudjaarsavond aangehouden werd.
Hoewel de rechtbank twijfels heeft bij de verklaring van de verdachte, kan niet worden vastgesteld dat hij wetenschap had van de inhoud van de flessen en van de aanwezigheid van het vuurwerk in de tas. Op het moment dat de verdachte naar eigen zeggen in de tas heeft gekeken, was het immers donker buiten. Het vuurwerk, wat later een Cobra 6 bleek te zijn, lag bovendien blijkens foto’s in het dossier gedraaid in de tas waardoor dit niet goed zichtbaar was. Verder blijkt uit het proces-verbaal dat de verdachte eerst de tas heeft neergezet en pas daarna, toen hij de politie zag, is gaan rennen. Anders dan de officier van justitie heeft gesteld, kan hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de verdachte wist wat er in de tas zat. Gelet op het voorgaande zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.
4.1.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5..Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 2 februari 2021, met parketnummer 10/235719-20, ten uitvoer zal worden gelegd.
Nu verdachte wordt vrijgesproken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging te worden afgewezen.

6..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 2 februari 2021 met parketnummer 10/235719-20 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en E.H. de Bruin, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 31 december 2021 te Rotterdam,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen
van een ontploffing en/of het stichten van brand, terwijl daarvan gemeen gevaar
voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
een ander te duchten is (als omschreven in artikel 157 Wetboek Pro van Strafrecht),
opzettelijk voorwerpen en/of stoffen, te weten
- meerdere, althans een, plastic fles(sen) met daarin benzine, althans een brandbare
stof en/of
- een, stuk zwaar knalvuurwerk, te weten een Cobra 6, welk stuk zwaar
knalvuurwerk op een plastic fles met daarin benzine, althans een brandbare stof,
was bevestigd/geplaatst,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
( art 46 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )