Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een percentage van de totale schuldenlast tegen finale kwijting werd voorgesteld. Van de 22 schuldeisers stemden er 21 in, maar de gemeente Den Haag weigerde vanwege een fraudevordering van meer dan €3.000, ontstaan vóór 2013.
De rechtbank weegt het belang van de gemeente tegen dat van verzoekster en de overige schuldeisers. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en biedt een beter resultaat dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich meebrengt en later uitkeert.
Gezien de psychische problematiek en afstand tot de arbeidsmarkt van verzoekster acht de rechtbank het voorstel het uiterste wat redelijk is. De belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de gemeente. Daarom beveelt de rechtbank de gemeente tot instemming met het akkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.